De hel in de hemel

De hel in de hemel

20 februari 2018 Uit Door Martijn van Essen

Afgelopen twee weken waren in één woord: fantastisch. Samen met mijn vriendin en 9 maanden oude dochter bezocht ik een paar eilanden van Thailand. Mijn broer en schoonzus leven over de wereld en het was fijn om met ze te zijn.

Onze vlucht was geboekt bij een Russische maatschappij. We moesten overstappen op een tweede vlucht in Moskou, zo ook de terugreis. De heenreis was prima verlopen. Het blijft ‘reizen met een baby’, dus je zorgt er altijd wel voor dat een paar passagiers die net een kwartiertje slapen uit hun rust worden wakker gehuild door jouw baby, maar ach. That’s life. Het is interessanter iets te schrijven over de terugreis. Omdat we ruim over de helft zijn van de eerste vlucht van de terugreis, begin ik maar alvast te schrijven.

Ik laat even achterwege dat we gisteren uren met verschillende boten hebben gereisd en veel hebben gewacht om richting het vliegveld te komen. We begonnen niet helemaal uitgerust aan dit avontuur dus. Om 10.00 uur vanochtend vertrokken we met frisse tegenzin naar het vliegveld. ‘Reizigers naar Moskou: 7 uur vertraging.’ Terwijl er een soort ontspannen ontevredenheid bij mij ontstond, kozen we ervoor nog wat uurtjes in ons hotel door te brengen. Het is niet anders.
Gekalmeerd verschenen we vanavond op het vliegveld. Alles liep op rolletjes. We ontmoetten een te enthousiaste Amerikaan en aten samen een burger. Onze dochter kroop haar laatste energie eruit en we kregen onze babyplek in het vliegtuig aangeboden. Mocht je niet weten wat een babyplek is, let dan nog even op. Met een baby onder een bepaald gewicht en leeftijd krijg je prachtige stoelen toegewezen. Prima beenruimte en vóór je geen buren. Hierdoor is er de mogelijkheid om een bedje aan de muur te hangen, een zogenaamd bassinet. Als het een beetje tegenzit heb je op de hele rij ouders met baby’s zitten en zelden een verdwaalde backpacker die voor veel beenruimte ging, maar er in het vliegtuig pas achterkomt tussen alle gezinnen te zitten. Enfin. Een prima uitvinding die plekken.
Ik schets graag de situatie. Links: ik noem ze de brave borstvoeders uit Engeland. Een jong stel, waarschijnlijk per ongeluk zwanger geraakt en nu voor het eerst naar een ver land met hun baby. Rechts zitten wij. In het midden: de Koreanen. Ik denk dat het een Chinese mevrouw is met een blanke vriend uit Europa, maar ik vind Koreanen wat agressiever klinken en beter bij het verhaal passen.

Mijn vriendin en ik hadden 6 uur geleden een prachtige start. Onze dochter huilde als enige ongeveer 30 minuten met vlagen op een flink volume, terwijl de rest op de babyrij stil was. Dit is perfect. Hiermee wordt namelijk het verwachtingspatroon van de andere passagiers goed naar beneden bijgesteld. Want let wel(!): er mogen dan wel geen mensen vóór je zitten, achter je zitten ongeveer 100 mensen je te beoordelen op je ouderschapskunsten.

De brave borstvoeders hadden de zaken meteen goed op orde. Al snel werd er bij hen een babybed opgehangen. Baby erin en slapen. Meneer aan de film en mevrouw met een oogmaskertje op dromend hoe het leven er zonder kind ook alweer uitzag. De passagiers in de rijen daarachter dromend van een lekker nachtje slapen. Ook bij ons en bij de Koreanen volgde het babybed snel.

Er geldt een belangrijke regel in het vliegtuig: wanneer er turbulentie is moeten alle baby’s uit de bedjes. Protocol. Laten we nou net met een maatschappij vliegen die turbulentie serieus neemt en het ‘fasten your seatbelts’ symbool al aanzet als de stevige Rus achter mij een scheet laat of als de stewardess even snel naar de piloot in de cockpit wil om hem iets lekkers te brengen. Om de haverklap turbulentie dus. En op dat moment begint de wedstrijd. Alle baby’s slapen als rozen in de bedjes. De Koreanen kijken onze kant op, zonder echt oogcontact te willen maken. ‘Halen zij de baby eruit? Of laten ze haar lekker liggen?’ Ook de brave borstvoeders zien we nog niets doen. En daar komt de Russische, statige stewardess al met haar tweede waarschuwing: ‘de baby’s moeten eruit.’ Mijn vriendin en ik gaan overstag (nog eerder dan de brave borstvoeders!). Ik zeg tegen mijn vriendin zoiets als: ‘ik moet nog 9 uur met deze mensen opschieten.’ Wijze woorden, maar wel een beetje slappe hap natuurlijk. De borstvoeders volgen snel (prima moment om je kind nog even ‘aan te leggen’). Maar in Korea blijft het stil. Onze dochter slaapt heerlijk op onze schoot verder, maar in kamp borstvoeders is de baby niet meer zo vrolijk nu de borsten leeg zijn. De rijen achter ons maar mompelen: ‘die baby van die Hollanders huilde aan ‘t begin toch als enige? Nu valt het toch erg mee.’ Bingo. 1-0.

De stewardess komt een paar minuten later nog eens strikt aangeven dat de baby er nu echt uit moet bij de Koreanen. De moeder gaat fel in beroep. Ik verstond het niet, maar het zal zoiets zijn als: mijn baby slaapt net, het hele vliegtuig wordt wakker, jullie hebben altijd turbulentie, etc. Waarop de stewardess serieus antwoordt: ‘Ik ga het tegen de piloot zeggen,’ en loopt weg. Vijf minuten later verschijnt er een oudere stewardess die duidelijk meer communicatiecursussen heeft gevolgd dan het speeltje van de piloot van zojuist. Ze knikt het hele gesprek met haar hoofd begripvol op en neer en herhaalt meerdere keren het belang van de veiligheid van het kind, slim.

De oorlog geklaard. De Koreanen leven in harmonie met de Russen. Af en toe stopt ze haar baby gewoon in het bed als de turbulentie haar te lang duurt. Dat doen de borstvoeders en wij haar niet na natuurlijk. De Russen zien het vast wel, maar besluiten het zo te laten. Wapenstilstand.

Over 2,5 uur komen we aan op Moskou. Dochterlief liet net nog even goed van zich horen (ze moeten achter ons er natuurlijk niet té makkelijk van afkomen), maar we zijn erg tevreden. Nog even een vluchtje naar Amsterdam regelen die we door de vertraging hebben gemist en dan mogen we nog 3,5 uur dit spel spelen. Mocht ik ooit als backpacker in mijn eentje op reis gaan, dan weet ik waar ik tussen ga zitten. Al kost het me extra, heerlijk!

Martijn