De kers, het wolkje en het vliegtuig

De kers, het wolkje en het vliegtuig

7 juli 2017 Uit Door Martijn van Essen

Erewoord: bij dezen beloof ik plechtig in de toekomst niet al mijn verhalen te schrijven over mijn dochter en/of eventuele andere zeer goed gelukte kleine mensjes die voortkomen uit mijn geslacht. Maar mag ik dan in elk geval één keer?

Sinds kort ben ik vader van mijn eerste kind. Voor alle mensen die dit ooit hebben meegemaakt: u weet dan zo ongeveer wel wat dit inhoudt. De grote uitdagingen van mijn leven zoals het lopen van een halve marathon, het hebben van een succesvolle carrière of het zijn van een verfijnd muzikant, hebben plaatsgemaakt voor het zo efficiënt mogelijk laten van boertjes van mijn dochter, haar zo vaak mogelijk op een dag aan het lachen krijgen en het tegengaan van opkomende huiltjes.

Mijn speciale technieken met betrekking tot de boertjes en het lachen houd ik voor mezelf. Wellicht dat ik tegen betaling en op aanvraag een uitzondering kan maken. Over het laatste punt wil ik wel wat zeggen. Zoals ieder kind (denk ik) houdt onze baby van bewegen. Hoe harder hoe beter! Ik moet zeggen dat ik dit overigens wel wat ben gaan temperen, omdat ik het gevoel kreeg dat mijn schoonmoeder mij anders zou aangeven bij bureau jeugdzorg. En dat is ook niet leuk voor een baby van twee maanden oud.

Ik heb mijn leven gebeterd en pak nu wat vaker de kinderwagen. Uiteraard met reiswieg in plaats van Maxi-Cosi omdat het beter is voor een baby van deze leeftijd plat te liggen in plaats van in een knik (gratis tip voor u!). In misschien 10% van de tijd dat ze in de wieg ligt kijkt ze naar mij. Dat klinkt misschien als weinig, maar ik vind het voldoende. Er is meer te zien dan mijn vermoeide vaderhoofd. Bovendien zal ze de komende jaren nog veel meer verliefd op me worden, dus is het eigenlijk wel even in balans zo. In die andere 90% kijkt ze om zich heen. Wonderlijk vind ik dat. Als een volwassen en nieuwsgierig mens, de tijd nemend voor wat er om haar heen gebeurt. Omdat ik niet wil missen wat zij ziet, kijk ik de laatste tijd zelf ook steeds vaker omhoog. Wat ziet mijn dochter eigenlijk allemaal?

Laatst zaten we samen op ons buitenterras. Zij in de wieg, ik in de stoel. Met open ogen keek ze, zoals gewoonlijk, langs me heen omhoog. We zaten onder onze kersenboom. Wat een prachtig uitzicht! De mooie bladeren van de kersenboom, een wolkje aan de strak blauwe lucht en een klein vliegtuigje. Ik zou eens wat vaker op moeten kijken.

Martijn